Missionaris van sport en bewegen

Interview: Clémence Ross
POUL ANNEMA
Opzij riep haar uit tot machtigste vrouw in de Nederlandse sport. De directeur van het Nationaal Instituut voor Sport en Bewegen strijdt vooral voor een fitte bevolking.

Het stond voor haarzelf vast dat ze, toen ze als staatssecretaris van VWS van het politieke toneel verdween, terug zou keren op een post die haar plezier en inspiratie zou verschaffen, maar die haar ook de kans bood nieuwe doelen na te jagen. Sinds ruim drie jaar is Clémence Ross directeur van het Nationaal Instituut voor Sport en Bewegen, het kennis- en ontwikkelingsplatform dat zich via leefstijl- en beweegprogramma’s inzet voor een gezonde en fitte bevolking.

‘Het instituut is niet meer het kleine instituut dat het jaren geleden was. Wij hebben zo’n groot netwerk en regisseren zoveel projecten dat we zijn uitgegroeid tot hét kenniscentrum voor de breedtesport. We benutten deze kennis om mensen duurzaam in beweging te krijgen, dát is onze missie.’

Het Instituut voor Sport en Bewegen is een krachtdadige speler op een veld waar sport niet meer vanzelfsprekend is en het gebrek aan bewegen al tot grote gezondheidsproblemen heeft geleid. Als partner van Olympisch Vuur, de katalysator van het Olympisch Plan 2028, zegt Ross een grote opdracht te hebben.

‘Het Instituut voor Sport en Bewegen zal sport en bewegen in de wijken moeten brengen. Dat is een grote verantwoordelijkheid, ook om organisaties bij elkaar te brengen om gezamenlijk de strijd tegen overgewicht aan te gaan.’

De fysieke omgeving van mensen moet uitnodigen tot bewegen. ‘Dat is één van onze speerpunten van de komende jaren. We zijn in overleg met vastgoedontwikkelaars als Grontmij, met architecten, woningcorporaties, bouwers van zwembaden en gemeentebesturen over inrichting en ontwikkeling van nieuwe woonwijken. De stenenstapelaars van vroeger, de projectontwikkelaars, en de mensen die bouwen aan een sociaal veilige omgeving brengen wij bij elkaar.’

De stap van het Instituut voor Sport en Bewegen naar het Olympisch Plan is logisch, vindt Ross, die ook vanwege haar voorzitterschap van de voetbalclub De Graafschap en het stichtingsbestuur WK wielrennen 2012 door Opzij werd uitgeroepen tot de machtigste vrouw in de Nederlandse sport. Ze is volledig in de greep van het Olympisch Plan, omdat ze overtuigd is van het nut en de winst ervan. De angst voor een inactieve en ongezonde samenleving groeit, en ze valt terug op het spijkerharde bewijs van schoolonderzoek.

‘Wij halen sport uit de softe hoek, uit de hoek van de mensen die denken dat het alleen maar leuk is. Ik baseer me op cijfers en keiharde feiten, sport en bewegen is heel hard nodig. Uit onderzoek van de Erasmus Universiteit blijkt dat wat aan de voorkant wordt geïnvesteerd, dubbel en dwars wordt terugverdiend in arbeidsparticipatie en dalende zorgkosten.’

Ross maakt zich oprecht zorgen over de mobiliteit, gezondheid en slagvaardigheid van het land dat geen oog heeft voor het belang van sport, bewegen en leefstijl. ‘Ik ben het met de minister eens als zij zegt dat je het land niet voor eeuwig aan het subsidie-infuus moet leggen. Maar als dit kabinet 50 tot 100 miljoen gaat korten op leefstijl-interventies, kan dat onze programma’s hard raken en wordt het moeilijk onze ambities voor 2016 gestalte te geven. Hoe dan ook, we gaan niet meer terug, we pakken de zaak met verve aan en we zullen ook de private sector betrekken bij onze lokale plannen. Het is namelijk ook in hun belang dat we overgaan tot actie. ‘

Ze is de missionaris van sport en gezondheid, het werkveld beschouwt ze als haar voornaamste bron van inspiratie. ‘Ons probleem is een zaak van landsbelang, kijk naar het percentage te dikke kinderen en naar het groeiende aantal mensen dat niet eens meer tot zijn 65ste in het arbeidsproces kan participeren. Als Amerika ons voorland is, zoals vaak is gezegd, dan is ook bij ons straks één op de drie kinderen diabeet.

‘In dit land hoort sport er op school nog steeds maar een beetje bij, sport is iets voor je vrije tijd. We moeten echt dingen ter discussie durven stellen. Ik noem de autonomie van de scholen. In hoeverre kan een school zo autonoom zijn dat ze zegt de gezondheid van kinderen niet tot haar kerndoelen te rekenen, terwijl de school wel de plek is waar kinderen de hele dag doorbrengen.

‘De wereld verandert snel, maar je mag je afvragen of de instituties wel mee zijn veranderd in hun beleid? Gaan scholen niet voorbij aan de maatschappelijke werkelijkheid en willen ze niet blijven doen wat ze altijd al deden, zonder acht te slaan op hun belangrijkste opdracht, namelijk kinderen geestelijk en lichamelijk weerbaarder, sterker en gezonder te maken. Vanuit het Instituut voor Sport en Bewegen ontwikkelen we tal van methodes om kinderopvang en scholen te activeren, zoals vmbo in beweging en Beweegplezier vanaf 4. Maar het begint bij de school zelf.’

Nee, ze is met haar Instituut voor Sport en Bewegen niet alleen de he- raut van een blijde boodschap. ‘Als wij verkondigen dat het goed is als iedereen dagelijks dertig minuten beweegt, dan laten wij ook zien hoe je dat het best kunt doen en met wie. De beste manier op structurele verbetering zit in de levensstijl van de mensen. Inactiviteit van de bevolking is een wereldprobleem.’

Sport en Bewegen alleen lost het probleem niet op, weet ze. Het gaat om de manier waarop inactiviteit kan worden omgezet in activiteit, weet Ross. ‘We praten gauw over te dikke kinderen, maar we hebben in ons land ook nog 1 miljoen eenzame ouderen, die we fantastisch zouden kunnen helpen door ze uit huis halen en uit de gezondheidszorg houden door ze aan leuke wijkprogramma’s mee te laten doen. In Emmen zijn bijvoorbeeld prachtige zogenoemde beweegbuurten in ontwikkelen, laagdrempelige locaties die aanzetten tot sport- en beweegactiviteit in de buurt.’

Ross wordt beschouwd als de moeder van ‘Tijd voor Sport’, de van overheidswege gestimuleerde en gesubsidieerde projecten die bruggen hebben geslagen op het gebied van jeugd en integratie. De programma’s lopen dit jaar af, en het is aan de bonden en gemeenten om te bepalen of er een vervolg komt. Vanuit haar wijsheid van toen en nu, zegt Clémence Ross: ‘Ik zou er echt voor willen pleiten op te houden met al het projectmatig werk zonder structureel vervolg, het heeft namelijk geen zin. Je moet geen dingen willen bekostigen waarvan je gaat zeggen dat het over vier jaar afgelopen is. ‘

‘We willen dat mensen gelukkiger worden, maar we moeten wel weten waar dat stofje endorfine naar boven komt als wij iets met mensen doen. Daar zit nog een hele uitdaging. Hoe bereik je kinderen met een rafelrandje, ouderen met een chronische aandoening of mensen die niet puur willen wedstrijdsporten, maar wel lid willen zijn van een vereniging of een sportclub in de wijk?

‘Wij voegen iets toe aan zaken die niet meteen wedstrijdsport-georganiseerd zijn door een aanbod te creëren dat op hun eigen manier van sportbeleving is samengesteld. Dat heeft alles te maken met de onwtikkelings van de Beweegkuur: als dat straks landelijk kan worden ingevoerd voor mensen met overgewicht of diabetes, kunnen verenigingen en fitnesscentra met zo’n aangepast aanbod een enorme stroom van nieuwe deelnemers verwachten.’

Ze is kernachtig, in alles. ‘Het begint met verantwoordelijkheid nemen. Dat doen we als Instituut voor Sport en Bewegen, als de eerstverantwoordelijke voor een natie die beseft dat sport en bewegen belangrijk is om te overleven in een land met olympische ambities. Ik blijf het tegen iedereen zeggen: bewegen loont. Investeer erin en je verdient het dubbel en dwars terug.’

Nederland sportland van top tot teen.
Volgens het Olympisch Plan moet sport zich in 2016 hebben verweven met de samenleving. De waarde van lichamelijke activiteit moet vanzelfsprekend worden.
Sport op school, sport als middel tegen sociale en gezondheidsproblemen.
Hoe is de stand nu?
Een dwarsdoorsnede van Nederland Sportland in een serie portretten.

[Bron: Volkskrant]