Wel willen, maar niet doen

Werken aan een gezonde levensstijl is een ingrijpende aangelegenheid.

Vrijwel iedereen zegt een gezond leven te willen leiden, maar als puntje bij paaltje komt, houden velen er toch niet zo’n voorbeeldige leefstijl op na. De bak met zoutjes komt iedere avond op tafel, twee keer eten opscheppen is eerder regel dan uitzondering en het wekelijkse sportuurtje wordt telkens afgezegd. Gezondheidswetenschappers over waarom mensen a zeggen, maar b doen.

door RIK BOOLTINK.
Overgewicht en obesitas zijn grote problemen in ons land, stelt gezondheidspsycholoog Frits de Thouars. De meeste mensen die met overtollige kilo’s kampen, zijn daar ook van doordrongen, maar weten vaak geen gezonder leven te creëren. „Ze kunnen het niet volhouden. Het is net als stoppen met roken: velen hebben zich voorgenomen om er per 1 januari mee te stoppen, maar er is slechts een heel klein percentage dat uiteindelijk slaagt. Het zijn ingesleten patronen en die zijn heel moeilijk aan te passen. Met behulp van een gedragstherapie, waarbij de ideeën over eten en voedsel worden veranderd, kunnen we die eetpatronen ongedaan proberen te maken.”

Voedingsdeskundige en diëtist Cathalijn Okken signaleert binnen haar praktijk in Deventer dezelfde trend: ze ziet geregeld cliënten voorbij komen die gezonder willen leven, maar dat gaat niet of nauwelijks van een leien dakje. „Er is bijna niemand die vlekkeloos slaagt. Het gebeurt slechts een enkele keer dat het in één klap goed gaat. Dat zijn vaak de mensen die van nature heel positief ingesteld zijn.”

Verklaringen voor het verschil tussen het doen en denken zijn er volgens haar volop. Een daarvan is de (on)balans tussen de voor- en nadelen van het oude, ongezonde gedrag. Pas wanneer de nadelen, zoals zwaarlijvigheid, duidelijk de overhand hebben, kan een verandering worden doorgevoerd. „Probleem is echter dat er ongemerkt voordelen aan het gedrag zitten, anders zou men ook niet zoveel eten. Zo kan het voor iemand ontspannend zijn om na een zware werkdag op de bank te zitten en allerlei ongezonde dingen te eten. Daar zit een verslavend effect in.”

„Je kan je rust ook op een andere manier pakken. Bijvoorbeeld door overdag meer pauzes te nemen, zodat je na werktijd niet of aanzienlijk minder uitgeput bent. Wat de beste oplossing is, is voor een ieder verschillend. Aan de hand van zelfonderzoek kom je daar achter. Je moet leren omgaan met emoties en ze meer weg eten.”

De overtuiging is naar haar zeggen van doorslaggevend belang om daadwerkelijk een gezondere levenswijze te realiseren. „Als er een stemmetje in het achterhoofd zegt dat het niet gaat lukken, dan gebeurt het waarschijnlijk ook niet. Bekijk het vanuit een positieve gedachte, dat werkt het beste”, zegt ze. „Tegelijkertijd is het een gevaar dat mensen die een gezonder leven nastreven vooraf te veeleisend zijn. Ze willen bijvoorbeeld dertig kilo afvallen en gaan ineens drie keer per week sporten, terwijl de andere dagelijkse dingen doorgaan. De lat zo hoog leggen, is niet voor iedereen haalbaar. Onderzoek heeft aangetoond dat je zo’n 10 tot 15 procent van het bestaande lichaamsgewicht kunt kwijtraken.”

Mensen die hun gezondheid onder handen willen nemen, maar niet slagen, kunnen volgens Okken het beste eerst bij zichzelf te rade gaan. „Om welke reden wil iemand gezonder eten, meer sporten of afvallen? Hoe komt het dat dit tot nu toe nog niet gelukt is? Zijn er haalbare doelen gesteld en zo ja, wat heb je nodig om deze doelen te bereiken?”Wie op eigen houtje of met hulp van een professional aan de slag gaat, moet zich realiseren dat werken aan een gezonde levensstijl een ingrijpende aangelegenheid is. „Als het privé even niet lekker loopt of je begint toevallig net aan een nieuwe baan, dan is werken aan een gezonder leven gedoemd te mislukken.”

Volgens voedingsdeskundige Asja Tsachigova, die eind vorig jaar een nieuw boek heeft uitgebracht om een gezonder leven te bewerkstelligen, hebben veel personen goede voornemens, maar komt daar in de praktijk weinig van terecht. „Een grote groep mensen heeft een stok achter de deur nodig. Ongeveer 30 procent van de clienten die ik heb begeleid, kiest ervoor om regelmatig op consult te komen om gestimuleerd te worden.” Op deze manier moet een terugval worden voorkomen.

Ze heeft er een verklaring voor waarom mensen in veel gevallen het woord niet structureel bij de daad weten te voegen: het ontbreekt hen aan bewustwording. „Velen willen afvallen; dat is voor hen in enkele weken tijd wat kilo’s kwijtraken en dan moet het klaar zijn. Maar dat is geen goede motivatie. Als je overgewicht hebt, is er iets in je lichaam ontregeld, onder meer de werking van de spijsvertering en stofwisseling.”

Gezondheidspsycholoog Veronica Janssen, verbonden aan de universiteit van Leiden, ziet eveneens dat doelen die gesteld worden niet altijd realistisch zijn. „Er is een gat tussen intentie en gedrag, omdat mensen niet concreet maken wat ze precies willen bereiken en hoe ze dat moeten doen. Als je stelt dat je per direct stopt met roken en vanaf volgende week twee keer per week tussen een en drie uur ’s middags met de buurvrouw naar de sportschool gaat, dan is er sprake van een concreet plan. Uit Amerikaans onderzoek is gebleken dat de slagingskans van goede voornemens dan veel groter is.”

[Bron: Telegraaf]