Achtergrondinformatie

Op deze pagina vindt u meer informatie over overgewicht en de landelijke normen voor gezond leven. Als u nog vragen heeft, kunt u deze stellen via het contactformulier.

Definitie van overgewicht
Het Convenant Gezond Gewicht hanteert bij de definitie van overgewicht de richtlijnen van de WHO. Volgens de WHO is er bij volwassenen sprake van overgewicht bij een BMI tussen de 25 en 30. Een BMI van 30 of meer wordt aangemerkt als obesitas (ernstig overgewicht). Bij kinderen tot 18 jaar ligt dit anders, omdat zij nog in de groei zijn.

De BMI, ook wel Quetelet Index genoemd, is een index voor het gewicht in verhouding tot lichaamslengte. De BMI wordt berekend door het lichaamsgewicht in kilo’s te delen door het kwadraat van de lichaamslengte (lengte keer lengte, uitgedrukt in meters). Via de BMI-meter kan het BMI berekend worden.
[Bron: website Voedingscentrum]

Voor kinderen is een aparte BMI-meter [Bron: website Zuivel Online]

De BMI geeft een schatting van het gezondheidsrisico van het lichaamsgewicht. Het gaat er bij de BMI dus niet om wat cosmetisch gezien het mooiste is. De BMI vertoont een relatie met de hoeveelheid lichaamsvet, maar de BMI geeft niet het percentage lichaamsvet aan.

De Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) en de fitnorm
In Nederland gelden de ‘Nederlandse Norm Gezond Bewegen’ (NNGB) en de fitnorm.
Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB):

  • De NNGB is vooral gericht op het onderhouden van gezondheid.
  • De NNGB is in 1998 opgesteld door de universiteiten van Amsterdam (VU), Maastricht (UM), Groningen (RUG), Utrecht (UU), het RIVM, TNO en NOC*NSF.

Voor volwassenen is tenminste vijf dagen per week, maar bij voorkeur alle dagen van de week, 30 minuten matig intensieve lichaamsbeweging gewenst. Onder matig intensief wordt een iets hogere hartslag en ademhaling verstaan, zoals bijvoorbeeld door stevig doorwandelen, iets harder op de pedalen trappen of eens flink achter de hond aanrennen. Voor kinderen betekent de NNGB op alle dagen van de week tenminste 60 minuten matig intensief bewegen.

De Fitnorm
De fitnorm is voor jong en oud gelijk en vereist tenminste drie keer per week gedurende minimaal 20 minuten zwaar intensieve lichamelijke activiteit. Deze norm is vooral gericht op het onderhouden van fysieke fitheid (uithoudingsvermogen, kracht en coördinatievermogen) en is grotendeels gebaseerd op Amerikaanse richtlijnen.

De Combinorm
Behalve deze twee normen bestaat er nog de Combinorm. Iemand voldoet aan de Combinorm indien voldaan wordt aan de eisen van ófwel de fitnorm, ófwel de NNGB, ofwel aan beide normen.
Voor meer informatie over de normen verwijzen wij u naar: Nationaal Kompas en NASB

[Bronnen: website Nationaal Kompas en website NASB, november 2010]

De groente- en fruit norm

Groente
Groente is in de Nederlandse voeding van belang als bron van vitamine C, foliumzuur en vezel.
Daarnaast speelt groente een rol bij de preventie van chronische ziekten. Bij de keuze van de groente hebben verse (onbewerkte) groente (rauw, gekookt) en groente uit diepvries en blik/glas zonder toevoegingen de voorkeur. Een gevarieerde keuze wordt aanbevolen. De warme maaltijd is in het Nederlandse voedingspatroon het moment waarop de meeste groente wordt gebruikt. Daarom is aandacht voor de hoeveelheid groente in de warme maaltijd van belang. Groente leent zich ook voor gebruik bij de broodmaaltijd (beleg of salade) of als tussendoortje (snoeptomaatjes, worteltjes). Dit biedt aanknopingspunten voor het stimuleren van het groentegebruik.

Fruit
Fruit is in de Nederlandse voeding van belang als bron van vitamine C, foliumzuur en vezel.
Daarnaast speelt fruit een rol bij de preventie van chronische ziekten. Bij de keuze van fruit hebben vers fruit en fruit uit diepvries en blik/glas zonder toevoegingen de voorkeur. Hierbij wordt ook een gevarieerde keuze aanbevolen. Fruit leent zich goed voor consumptie op alle momenten van de dag. Dit biedt aanknopingspunten voor het stimuleren van het fruitgebruik.

Kinderen en volwassenen
Productgroep 1-3 jaar 4-8 jaar 9-13 jaar 14-18 jaar 19-50 jaar 51-70 jaar 71 jaar e.o.
Groente 50-100g
1-2 opscheplepels
100-150 g
2-3 opscheplepels
150-200 g
3-4 opscheplepels
200 g
4 opscheplepels
200 g
4 opscheplepels
200 g
4 opscheplepels
150 g
3 opscheplepels
Fruit 150 g
1 ½ stuk
150 g
1 ½ stuks
200 g
2 stuk
200 g
2 stuks
200 g
2 stuks
200 g
2 stuks
200 g
2 stuks

[Bron: Voedingscentrum, Richtlijnen voedingskeuze, januari 2009]

Belangrijkste oorzaken van overgewicht

Primair ligt de oorzaak bij het individu
Het overgrote deel van overgewicht is leefstijl gerelateerd; maar in 5% van de gevallen zijn overgewicht en obesitas een gevolg van ziekte. Leefstijl gerelateerd overgewicht is te verklaren aan de hand van de energiebalans. De uit voeding opgenomen calorieën worden verbrand bij de instandhouding van het lichaam (ten behoeve van de spijsvertering en de lichaamstemperatuur) en bij lichamelijke activiteit. Als inname en verbranding met elkaar in balans zijn, blijft het lichaamsgewicht constant. Als gedurende langere tijd meer calorieën worden opgenomen dan verbruikt, ontstaat overgewicht. Overgewicht kan dus worden voorkomen door balans aan te brengen tussen de opname van calorieën via voeding en de verbranding van calorieën door lichamelijke activiteit.

De keuzes
Het gedrag en de leefstijl van mensen worden slechts te dele bepaald door kennis en informatie. Vanuit de psychologie is bekend dat motieven als geld, genot, gemak en gewoonten sterke drijfveren zijn. Voor mensen zal de keuze voor gezond gedrag vooral gemakkelijker moeten worden gemaakt. Dit kan door voorlichting, productinformatie en aanpassing van het aanbod.

Er is ook een maatschappelijke oorzaak
In de praktijk blijkt die oplossing niet zo simpel te realiseren. Het is belangrijk dat de omgeving de ‘gezonde keuze’ mogelijk en makkelijk maakt. Dit is vaak niet het geval. Het huidige overvloedige voedingsaanbod, gecombineerd met de sterk afgenomen noodzaak tot lichamelijke activiteit, is een heel recente ontwikkeling. Er is een overdaad aan voedselaanbod, waarbij calorierijke en ongezonde voeding ook nog vaak relatief goedkoop is. De verleiding om te veel te eten en weinig te bewegen is groot. Samen met de reclame voor voedsel en tussendoortjes en de tijdsdruk om snel en weinig afgewogen te eten en te drinken creëert de condities voor het ontstaan van de huidige sterke toename van overgewicht.

[Bron: Nota Overgewicht 2009]

Belangrijkste gevolgen van overgewicht

Gevolgen voor het individu
Overgewicht is de belangrijkste risicofactor voor diabetes type 2 (suikerziekte). Op de lange duur geeft diabetes kans op onder andere schade aan de nieren en hart- en vaatziekten. Zelfs mensen met matig overgewicht hebben al twee keer meer kans om diabetes te krijgen dan mensen zonder overgewicht. Ook veroorzaak obesitas aandoeningen als bepaalde vormen van kanker, blaas- en leveraandoeningen, gewrichtsslijtage en hart- en vaatziekten. Overgewicht en obesitas gaan gepaard met depressies, psychosociale klachten en een verminderde kwaliteit van leven.

Maatschappelijke gevolgen
Door het duidelijke verband van diabetes type 2 kan goed voorspeld worden hoeveel extra patiënten met deze chronische aandoening bijkomen als de stijgende trend van overgewicht doorgaat: 64 duizend. Overgewicht gaat ook gepaard met hoge kosten voor de gezondheidszorg, namelijk € 1,2 miljard per jaar. Dit komt overeen met 2% van de totale jaarlijkse zorguitgaven. Daarnaast is bij overgewicht en obesitas sprake van productiviteitsverliezen door ziekteverzuim en vervroegde uittreding uit het arbeidsproces. Deze indirecte kosten bedragen naar schatting zo’n € 2 miljard per jaar.

[Bron: Nota Overgewicht 2009]

Gezamenlijke aanpak van overgewicht
De oplossing is dat elk individu de balans tussen eten (energie-inname) en bewegen (energieverbruik) herstelt. In de praktijk blijkt de oplossing op individueel niveau niet zo simpel te realiseren. Er zijn sterke aanwijzingen dat diverse fysieke, economische en sociaal-culturele factoren mensen stimuleren om teveel te eten en te weinig te bewegen. Diverse maatschappelijke instanties kunnen aan de oplossing bijdragen door een gezond leefpatroon te promoten en de keuze voor een gezond leefpatroon aan te bieden. Hier werken de partners van het Convenant Gezond Gewicht gezamenlijk aan.